plan popp lithographie cadastre
plan popp lithographie cadastre
plan popp lithographie cadastre
plan popp lithographie cadastre

Contact


Contact : philippe.huvelle@skynet.be


Philip-Christiaan Popp, controleur van het kadaster, dagbladuitgever en cartograaf, werd geboren te Utrecht op 10 februari 1805 en stierf te Brugge op 3 maart 1879.

Zijn moeder was van Hollandse oorsprong, Jeanne-Henriette Vander Pant en was van goeden huize

Zijn vader was Duitse afkomst en vestigde zich te Utrecht als notaris en procureur. De familie vestigde zich in België in 1818.

Na zijn middelbare studies werd Philip-Christiaan partculier secretaris van de Gouverneurs van Henegouwen en kwam in dienst van de kadastrale administratie te Bergen. Deze diensten brachten hem te Brugge in 1827, waar hij benoemd werd tot controleur van het Kadaster.

In 1827, Philip-Christiaan Popp huwt met Caroline Boussart : ze was geboren te Binche op 12 december 1808, van moeders kant akkomstig uit een notabelenfamilie uit Binche van Franse afkomst, van vaderskant uit een hogere officierenfamilie uit het Keizerrijk.

In 1830 koos Philip-Christiaan Popp, gevolg aan de revolutionaire ontwikkeling en de onafhankelijkheid van België, de Belgische nationaliteit en bekwam in 1831 de belgische politieke rechten.

Philip-Christiaan Popp is directeur van het " Journal de Bruges " tot aan het einde van zijn leven in 1879. Zijn echtgenote was hoofdredactrice. In het eerste nummer verscheen haar leuze: "Volharding en werkzaamheid"- eerbied voor principes. In de hoofding van het journaal verscheen de latijns spreuk: "Suum cuique" (geef aan iedereen het zijne). De dochters Antoinette en Nelly Popp zouden het werk voort zetten. Het was in feite een meesterwerk, het orgaan waarmee Popp de voorspoed van Brugge behartigde.

Het is duidelijk dat Popp uit zijn functie van controleur van het Kadaster werd ontheven. Vanaf 1838 zet hij zich onmiddlijk aan het werk niet alleen een wetenschappelijk werk maar in eertse plaats een sociaal werk te verwezenlijken : de kadastrale plans en medegaande documenten, die nog maar pas door de administratie voltooid zijn, ter beschikking stellen van het publiek tegen aannemelijke prijs. Deze kadastrale plannen waren inderdaad weinig bereikbaar en de formaliteiten om inlichtingen te bekomen waren tergend en vergden soms lange termijnen. Deze vulgarisatie werd reeds aangevat door Vander Maelen, doch werd nooit voltooid. Met uitzondering van de provincies Namen, Limburg en Luxembourg verschenen alle kadastrale plans, het werk werd door zijn dood afgebroken. Ongeveer 1800 gemeenten werden behandeld. Popp zelf stond in voor het herleiden van de plannen van een tot twee bladen, met een maximum van zes bladen voor de meest uitgestrekte gemeenten. Op deze manier was het mogelijk om met een oogoslag een overzicht te krijgen op de omvang van elk der gemeenten.

Het perceelplan van het kadaster werd per gemeente op de meest nauwkerige en met de uiterste zorg getekend op een schaal van 1/500 tot 1/5000 en gedrukt op groot adelaarsformaat of groot wereldformaat volgens de uitgestrektheid van het gebied. De grenzen van de secties en de omtrek van de gemeente zijn gekleurd: Luttre.

Ieder plan is vergezeld van een Aanwijzende Tabel en de Kadastrale Legger die de nummers van de percelen bevat alsook de namen, voornamen en de adressen van de eigenaars, eveneens de natuur, de oppervlakte, de klassering en het netto belastbaar inkomen per bebouwde of onbebouwd perceel, de totale oppervlakte van de gemeente, het tarief van de netto waarde per natuur en per klasse van de grondeigendom. Obaix

De tabel vermeld eveneens de personen die genieten van een vruchtgebruik, een erfpacht en een recht van opstal.

Ieder plan werd gedrukt volgens het lithografisch systeem.

Enkele stadsplans zijn versierd met zichtprenten van monumenten, waarvan de mooiste voorkomen op de plans van Brugge, bestaande uit acht bladen op een schaal van 1/1000.

In dezelfde periode waarop de kadastrale perceelatlas tot stand kwam, (voor sommige gemeenten zelfs bijgewerkt) werkte Popp aan de topgrafische kaart van West-Vlanderen met hetzelfde doel voor ogen als de Atlas. Er verschenen twee uitgaven: in 1856 en 1860. Het was een echt geodetisch en kartografish werk. Popp beoogde zelfs hetzelfde werk voor iedere provincie doch kreeg er geen tijd voor. De topografische kaart was echt het resultaat van degelijk geodetisch werk en een samenbrengen van de kadastrale documenten aangevuld met persoonlijke vaststellingen op gebied van buurtwegen, waterlopen, spoorwegen enz.

Dit reuzenwerk op kartograpfisch gebied door Popp uitgegeven is nog heden ten dage van uitzonderlijk belang voor de opzoekingen van de oorspronkelijke grenzen van de eigendommen. Dat is het ook voornamelijk in verband met de historische geografie. De perceelsatlas zorgt voor een zeer belangrijk documentatie in de studie van de ontwikkeling vant het onroerend bezit, de bevolking en de uitbating van de gronden. De plans Popp met de aanwijzende tabel en de kadastrale legger maken het mogelijk statistieken aan te leggen. De topografische kaart van West-Vlaanderen maakt een vergelijking met deze van Fricx, Ferraris, Mercator en J. De Deventer, alsook met de hedendaagse kaarten.


Volgens een voordracht door R. Schonaerts, landmeter-expert in O.G., gegeven te Brussels op 30 oktober 1980